
Een bodemvochtsensor laat zien hoe het vochtgehalte in de bodem verandert. Na een regenbui loopt de waarde op, tijdens een droge periode neemt die af. Dat helpt bij het bepalen van het juiste moment om te beregenen. Maar hoe representatief is die meetplek voor het hele perceel?
Iedere teler kent verschillen binnen zijn grond. Een lichte strook droogt sneller uit, een laagte blijft langer nat en een voormalige sloot kan nog jarenlang invloed hebben op de waterhuishouding. Die verschillen maken de combinatie van sensoren en satellietbeelden interessant: je kunt een lokale meting bekijken in de context van het hele veld.
Binnen AgriScope onderzocht Agurotech samen met telers en projectpartners hoe sensordata, satellietbeelden, weersgegevens en AI daarvoor kunnen worden samengebracht. Nu we het project afronden, krijgen die inzichten een vervolg in de technologie die telers dagelijks gebruiken.
Een sensor volgt wat er op zijn meetlocatie in de bodem gebeurt. Met metingen op verschillende dieptes kun je zien hoe vocht zich ontwikkelt in de wortelzone. Bereikt een regenbui ook de diepere bodemlaag? Hoe lang blijft daar vocht beschikbaar? En hoe snel droogt de bovenste laag weer uit?
De opeenvolging van metingen geeft daarbij veel informatie. Een losse waarde krijgt betekenis wanneer je weet wat eraan voorafging: regen, beregening of meerdere warme dagen. Door die reacties te volgen en te vergelijken met veldwaarnemingen, leert een teler de meetplek steeds beter kennen.
Satellietbeelden voegen een andere schaal toe. Ze bevatten informatie over het oppervlak en de ontwikkeling van het gewas, waarmee verschillen binnen een perceel zichtbaar kunnen worden. Een satelliet kijkt daarbij niet rechtstreeks in de wortelzone. Een bodemvochtkaart ontstaat door satellietinformatie met andere gegevens te combineren en te vertalen naar een schatting van het bodemvocht.

Daar komt AI in beeld. Modellen leren verbanden herkennen tussen satellietinformatie, gemeten bodemvocht en omstandigheden zoals bodemtype en weer. Die verbanden helpen om ook voor plekken zonder sensor een inschatting te maken.
Dat vraagt om goede praktijkgegevens. Een model moet worden getoetst aan metingen die niet voor het trainen zijn gebruikt. Binnen AgriScope gebeurde dat onder meer op elf validatiepercelen, waar de berekeningen werden vergeleken met onafhankelijke sensormetingen. Zo wordt zichtbaar onder welke omstandigheden de aanpak goed werkt en waar verdere verfijning nodig is.
Voor de teler komen de verschillende informatiebronnen samen in een kaartweergave. De sensor geeft een lokaal referentiepunt; de satellietgebaseerde kaart laat de berekende vochtverdeling over het perceel zien. Daarmee kun je onderzoeken of de meetplek relatief droog, nat of representatief is voor een groter deel van het veld.
Een drogere zone op de kaart kan bijvoorbeeld aanleiding zijn om daar gericht te gaan kijken. Herken je er de lichtere grond die eerder uitdroogt? Is er een verschil in gewasontwikkeling? Sluit het patroon aan bij eerdere waarnemingen? De combinatie helpt om veldcontroles gerichter uit te voeren en metingen beter te interpreteren.
Ook de actualiteit van de informatie telt mee. Bij bewolking is niet altijd een bruikbaar nieuw satellietbeeld beschikbaar. Ondertussen veranderen regen, verdamping en beregening de vochttoestand wel.
Om die tussenliggende dagen te overbruggen, kan een waterbalans worden gebruikt. Die rekent door hoeveel water erbij komt, verdwijnt en in de bodem beschikbaar blijft, op basis van onder meer weer, bodemkenmerken, gewas en geregistreerde beregening.
Daarom is het belangrijk om te weten of je naar een recente waarneming of een doorgerekende schatting kijkt. Ook goede invoer maakt verschil. Wanneer een beregeningsgift niet is geregistreerd, ontbreekt in het model water dat werkelijk op het perceel is gebracht. Eenvoudige registratie en gegevensuitwisseling dragen zo direct bij aan de bruikbaarheid van de uitkomst.
In de dagelijkse praktijk helpt dit geheel vooral bij het stellen van prioriteiten. Welk perceel vraagt aandacht? Waar is een extra controle zinvol? Kan een beregeningsronde nog wachten, rekening houdend met de weersverwachting en de beschikbare capaciteit?
De ervaring van de teler blijft daarbij waardevol. Die kent de grond, het gewas en de beperkingen van het bedrijf. Naarmate metingen en kaarten herkenbare patronen laten zien, ontstaat meer vertrouwen om de informatie mee te nemen in de planning.
Binnen Agurotech wordt satellietinformatie daarom een integraal onderdeel van het inzicht in het perceel. Automatische perceelsgrenzen vereenvoudigen het instellen van velden. De gecombineerde kaartweergave verbindt sensormetingen met informatie over het hele perceel. De inzichten uit AgriScope helpen om deze toepassingen verder te verfijnen en toegankelijk te maken.

Een volgende stap is opbrengstvoorspelling. Satellietinformatie over gewasontwikkeling kan, samen met historische opbrengsten en perceelsgegevens, helpen om de verwachte oogst eerder in te schatten. Deze toepassing is nog in ontwikkeling. Om de voorspellingen voor verschillende gewassen, bodems en seizoenen te verbeteren, werken we graag samen met telers die opbrengstgegevens willen delen.
Wilt u weten hoe sensoren en satellietinformatie op uw bedrijf kunnen samenwerken, of bijdragen aan de ontwikkeling van opbrengstvoorspellingen? Neem contact op met Agurotech via info@agurotech.com.









.jpg&w=3840&q=75)
